Stemming 25-9-2022: PvdA op hoogste niveau in 2 jaar

De peiling onder bijna 4000 ondervraagden, uitgevoerd na de Algemene Beschouwingen, laat in hoofdlijnen een bevestiging zien van de trend van de afgelopen drie maanden. VVD, CDA en D66 verliezen samen 35 zetels. BBB wint er 17 en JA21 inmiddels 8.

Maar ook PvdA en GroenLinks staan er duidelijk beter voor dan bij de Tweede Kamerverkiezingen. Samen winnen zij 9 zetels. Daarbij valt op dat de PvdA de laatste tijd het meest profiteert van het wegzakken van D66. De PvdA haalt nu 14 zetels. De hoogste score in 2 jaar. En de PvdA staat hiermee ook voor het eerst weer ruim voor op D66 (11) en staat op de vierde plaats.

Als we bekijken hoe de zetels tussen de partijen verschuiven dan zien we het volgende:

  • De VVD verliest met name aan BBB en JA21 en heeft de meeste kiezers, die in 2021 die partij stemden en nu zeggen niet te weten wat ze gaan stemmen. Alleen die categorie kost de al VVD 5 zetels.
  • Het CDA verliest vooral aan BBB en PVV.
  • D66 verliest aan PvdA, GroenLinks, Volt, maar ook aan BBB. Plus dat D66 op één na de meeste kiezers heeft die niet weten wat ze zullen gaan stemmen.

Bij de partijen die fors winnen zien we het volgende patroon:

  • BBB wint van CDA, VVD en PVV, maar trekt ook nog kiezers aan vanuit D66, FVD en SP.
  • JA21 wint fors van VVD en CDA en in mindere mate ook van de PVV.
  • PvdA wint met name van D66.
  • GroenLinks wint van D66 en sprokkelt bij veel partijen wat stemmen bij elkaar.
  • Dat de PVV, ondanks het verlies aan BBB en JA21, per saldo amper verliest komt omdat de PVV wel nog wat wint van CDA en VVD.

Ten slotte hebben we ook nog kiezers, die in 2021 niet opgekomen zijn. Voor zover ze nu wel een partij noemen is dat vrijwel nooit een regeringspartij. BBB en PVV worden dan het meest genoemd door hen.

Naast deze peiling met de zetelverdeling zijn er nog twee andere rapporten uitgebracht:

 

Stemming 28-8-2022: Code ROOD

Partijtrouw nog maar 50%

Het is nu minder dan anderhalf jaar na de vorige verkiezingen en nog nooit eerder hen ik in zo’n relatief korte tijd zoveel electorale verschuivingen gezien als we nu zien t.o.v. die verkiezingen van half maart 2021.

Het best is dat te zien in de onderstaande grafiek: antwoord op de vraag of men nu nog steeds dezelfde partij zou stemmen als toen.

De helft van de kiezers geeft dus aan nog dezelfde partij te stemmen, 34% een andere partij en 16% geeft aan niet te weten welke partij nu te zullen stemmen.

  • De slechtste scores zien we bij de drie grootste regeringspartijen: CDA (34% stemt het nog steeds), VVD (47%) en D66 (48%).
  • Partijen met enigszins normale scores zijn PVV, GroenLinks, PvdD, SGP en DENK (partijen met minder dan 3 zetels bij TK2021, zoals BBB, 50PLUS en BIJ1 staan niet in dit overzicht).

Dit leidt tot de volgende virtuele zetelverdeling, inclusief een vergelijking met de scores eind april en begin juli van dit jaar:

De vier regeringspartijen verliezen samen 34 zetels (hebben er nu virtueel samen nog maar 44).

De grote virtuele winnaar is BBB, die op 18 zetels winst staat. Daarnaast doen JA21, GroenLinks het goed met 5 en 6 zetels winst. Partij van de Dieren en PvdA winnen er 3 t.o.v. maart 2021.

Ten opzichte van 6 weken geleden zien we dat de PVV aantrekt en nog maar 3 zetels achter staat op de VVD en 2 op BBB. Dat lijkt samen te hangen met de crisis rondom de asielzoekers, die in de afgelopen weken aan urgentie is gestegen.

Stikstofbeleid

Het onderwerp “stikstof-beleid” laat grote verschillen zien in opvattingen naar politieke voorkeur. In de onderstaande grafiek staat weergegeven welk deel van de huidige kiezers per partij wil dat de doelstelling van halvering van de stikstofuitstoot in het jaar 2030 gehandhaafd blijft.

Vrijwel alle huidige kiezers van GroenLinks en D66 willen dat deze doelstelling gehandhaafd blijft en van de huidige kiezers van PVV, BBB en FVD willen weinigen dat.

Maar de cijfers van CDA en VVD zijn in dat kader wellicht het meest interessant:

  • Bij de huidige CDA-kiezers wil 22% het.
  • Bij de huidige VVD-kiezers wil 53% het.

MAAR: In de grafiek staan echter ook zwarte streepjes. En die geven aan hoe die scores zijn als ze afgezet worden tegen het stemgedrag van TK2021 en niet zoals in de grafiek tegen het huidig stemgedrag. Bij de VVD is dan slechts een percentage te zien van 35%! Dat grote verschil met de huidige VVD-kiezers (53%) komt doordat de kiezers, die nu geen VVD meer stemmen voor het overgrote deel het jaartal 2030 niet als bindend wil zien. Slechts 16% van degenen die in 2021 VVD hebben gestemd en het nu niet meer zouden doen, vindt 2030 als bindend en de overigen niet. Die VVD-kiezers uit 2021 zijn nu vooral terecht gekomen bij BBB, PVV, JA21 en bij de groep die aangeeft nu niet te weten waarop te stemmen.

Asielzoekers

De crisis rondom de opvang van de asielzoekers zien we de laatste weken sterker in het nieuws komen. Ook bij dit onderwerp zien we min of meer vergelijkbare patronen als bij de stikstofcrisis. De grafiek hieronder heeft veel weg, van die hierboven. Zeker als we de verschillen zien naar huidig stemgedrag en dat van TK2021. Deze grafiek betreft de reactie op de verplichting van gemeenten om asielzoekers op te nemen, zoals nu o.a. in Tubbergen is gebeurd. Goed te zien valt ook hier het verschil in scores tussen D66 aan de ene kant en CDA en VVD aan de andere kant.

Het verschil tussen de D66 kiezers en de huidige VVD en CDA- kiezers is groot. Maar ook hier zien we dat de kiezers die inmiddels afscheid hebben genomen van VVD en CDA het maar in geringe mate eens is met die verplichting van de gemeenten door de regering.

Als we de vraag voorleggen of men achter een tijdelijke stop voor de opvang van asielzoekers staat zien we een nog groter verschil tussen de kiezers van D66 aan de ene kant en die van CDA en VVD.

Stand van zaken

Het is evident dat er een grote kloof is binnen het electoraat van de regeringspartijen ten aanzien van de twee crises die hierboven besproken zijn. Huidige kiezers van D66 hebben opvattingen op dit punt, die sterk lijken op die van GroenLinks, PvdA en Volt. Terwijl de kiezers van VVD en in nog sterkere mate van CDA opvattingen hebben, die veel sterker lijken op die van BBB, PVV, JA21 en FVD.

Daarbij lijkt het erop als dit niet in het najaar tot de val van de regering leidt, de electorale problemen voor CDA, VVD en D66 blijven bestaan. Zeker als we nog in beschouwing nemen dat in het najaar de gevolgen van de hoge inflatie (incl. de forse huurverhogingen die dan per 1 januari volgen) en de grote prijsstijgingen van energie (of zelfs tekorten tijdens de winter) dan valt niet goed in te zien hoe dan toch de electorale positie van de regeringspartijen zich weer kan herstellen.

Het duurt nog maar ruim 6 maanden tot de verkiezingen komen voor Provinciale Staten/Eerste Kamer en bij die verkiezingen speelt het een mindere rol wie men als premier zou willen of als grootste partij, zoals wel het geval is bij Tweede Kamerverkiezingen.

Dus zelfs als de komende 6,5 maand de regering niet zou vallen dan is de kans heel groot dat de uitslag van de verkiezingen van half maart 2023 een soort bevestiging zal zijn van het patroon dat we nu zien in de peiling, en de regering bij lange na geen meerderheid in de Eerste Kamer zal krijgen. Het valt zelfs niet uit te sluiten dat de vier regeringspartijen plus de combinatie PvdA-GroenLinks geen 38 zetels zullen halen.

Zeker in een wereld met zoveel onzekerheden en een toename aan ernstige crises is het enorm triest om te constateren dat de verantwoordelijken in Den Haag, de afgelopen 20 jaar niets hebben gedaan, om ons politieke stelsel robuuster te maken. Naast de diverse crises die we nu hebben en die op ons af komen, is de crises van ons politieke systeem misschien nog wel bedreigender dan die andere. Het wordt tijd dat Code Rood niet alleen wordt afgekondigd, maar ook serieus wordt genomen.

In dat kader vestig ik nogmaals de aandacht op mijn artikel van 1-1-2020 met de titel “Welkom in de Roaring Twenties 2.0”. 

Het zou zo fijn zijn als de betrokkenen in Den Haag, inclusief de Parlementaire Pers, door hebben hoe ernstig de situatie is en men absoluut niet meer door kan gaan met “business as usual”.

 

Stemming 7-8-2022: Grote winst BBB daalt fors als Lijst Omtzigt meedoet

De peiling van vandaag verschilt heel weinig van die van vier weken geleden. BBB staat nu op 19 zetels (-1) en PvdA op 13 (+1).

Net zoals eind maart 2022 hebben we ook gevraagd hoe men zou stemmen als Pieter Omtzigt met een eigen lijst zou meedoen. Dan zou dit de uitslag zijn:

 

Vergeleken met eind maart scoort Lijst Omtzigt nu 2 zetels minder. Het patroon van winst van de andere partijen lijkt op die van eind maart. Alleen valt te zien dat de BBB, die sinds die maand 10 zetels is gestegen, van die stijging 4 zetels kwijt zou raken aan Lijst Omtzigt.

PVV heeft sinds eind maart het verlies aan de Lijst Omtzigt beperkt (van 4 naar 2). JA21 verliest 2 minder aan Lijst Omtzigt, maar was sinds maart jl. al 4 zetels kwijtgeraakt aan met name BBB.

Stikstofcrisis

Het begrip voor de boeren dat 4 weken geleden nog 52% was is nu gedaald naar 45%. Als bekeken wordt hoe dat veranderd is naar huidige politieke voorkeur dan zien we bij de meeste partijen een verschuiving tussen de 5 en 10%.

De grootste dalingen zien we bij VVD, ChristenUnie en JA21 (tussen de 10 en 20%).

Zes weken geleden vond 38% dat de stikstofdoelstelling in 2030 behaald moet worden. Nu is dat 35%. Het aandeel dat het jaar 2035 nu noemt stijgt van 14% naar 18%.

Maar 17% denkt dat de gesprekken met Johan Remkes tot een oplossing zal leiden bij het conflict met de boeren. Alleen bij de kiezers van VVD en D66 denkt meer dan 30% dat het gaat lukken.

Stemming 10-7-2022: BBB is VVD op 1 zetel genaderd

De peiling van de afgelopen twee dagen onder ongeveer 4500 respondenten laat zien dat BBB met 20 zetels nu nog maar 1 zetel achter ligt op de VVD.

Ten opzichte van twee weken geleden is BBB 2 zetels verder gestegen, is D66 1 zetel gestegen (naar 13) en zijn CDA, FVD en BVNL 1 zetel gedaald.

Het CDA daalt hierdoor naar 6 zetels en is daarmee de 11e partij geworden.

Als gekeken wordt naar wat de BBB-kiezers in 2021 gestemd hebben dan wint deze partij circa 5 zetels van het CDA, 4 zetels van de VVD en 4 van de PVV. Ook doet deze partij het goed bij degenen die in maart 2021 niet zijn opgekomen. De PVV compenseert een deel van dat verlies door van andere partijen wat terug te winnen t.o.v. TK2021 (van CDA, VVD en FVD).

D66 verliest aan PvdA, GroenLinks, Volt en ook BBB. Daarnaast heeft deze partij van alle partijen van TK2021 de meeste kiezers die aangeven, nu niet te weten welke partij te stemmen (23%).

Naast BBB verliest de VVD ook aan JA21 en PVV. Bijna 20% van de kiezers van TK2021 geeft aan nu niet te weten op welke partij te stemmen.

52% begrip de boeren

52% van de Nederlanders heeft begrip voor de boeren bij hun acties, 48%  niet. De patronen naar partijkeuze lijken sterk op de rapportage van vorige week t.a.v. het oordeel over de voorstellen rondom het verlagen van de stikstofuitstoot met een sterke mate van polarisatie van standpunten tussen kiezers van een aantal partijen:

  • Met BBB-, PVV- , FVD en JA21- kiezers, hebben massaal begrip. Vier partijen, die nu gezamenlijk nu 47 zetels hebben.
  • Met GroenLinks-, PvdA-, D66-, Volt- en PvdD-kiezers aan de andere kant. Vijf partijen die gezamenlijk nu 51 zetels hebben.

Bij de VVD-, CDA-, CU- en SP- kiezers zien we een grotere verdeeldheid bij de kiezers van die partijen. Met echter bij VVD en CDA het verschijnsel dat degenen, die deze partij stemden in maart 2021 beduidend meer begrip hebben voor de boeren dan degenen die deze partij nu stemmen. Bij de VVD is dat 52% tegen 36% nu. En bij het CDA is dat 70% tegen 55% nu. Dat geeft aan dat onder degenen die nu niet meer VVD of CDA verkiezen voor het overgrote deel wel begrip hebben voor de boeren. (Die kiezers zijn ook met name overgestapt naar BBB).

Dat hoeft trouwens niet automatisch te betekenen dat deze kwestie de primaire reden is voor het overstappen. Het CDA staat er al een tijd electoraal slecht voor. Maar als men -om welke reden dan ook- al eerder die partij niet meer steunt, dat men dan makkelijker bereid is om een keuze te maken bij belangrijke kwesties, die anders is dan die partij in de regering maakt.

 Vertrouwen in de regering

Het vertrouwen in de regering mocht de ondervraagde uitdrukken in een waarde tussen de 1 en de 10. Gemiddeld geven de Nederlanders dan 3,9. Dat is historisch gezien een laag cijfer.

Goed te zien is hoe groot de verschillen zijn in vertrouwen tussen de huidige kiezers van de vier regeringspartijen en die van PvdD, JA21, SP, BBB, PVV en FVD.

Hieronder is te zien hoe groot het verschil in vertrouwen is tussen huidige kiezers van VVD, D66 en CDA en de kiezers die nu niet meer op die partij zeggen te stemmen (die samen 33 zetels vertegenwoordigen van de 73, die deze partijen 15 maanden geleden haalden).

  • VVD – huidige stemmers: 6,6     –   kiezers die niet meer VVD stemmen : 3,7
  • D66 – huidige stemmers: 6,7      –   kiezers die niet meer D66 stemmen: 3,9
  • CDA – huidige stemmers: 5,4     –   kiezers die niet meer CDA stemmen: 2,1

Slechts 32% van alle kiezers hoopt dat dit kabinet de rit uitzit. Bij de regeringspartijen is dat bij de huidige stemmers (met tussen haakjes, degenen die deze partij in 2021 wel stemden, maar nu niet meer):

  • VVD : 84%  (17%)
  • D66 : 89%  (38%)
  • CDA : 49%  (16%)
  • ChristenUnie : 55% (28%)

33% verwacht dat het kabinet de rit uitzit. Alleen bij VVD- en D66 kiezers is dat meer dan 50%.

Vertrouwen in ministers

De ondervraagden konden via een rapportcijfer tussen 1 en 10 hun vertrouwen in de afzonderlijke ministers aangeven. Dit zijn de totaalscores van alle kiezers samen:

Dijkgraaf en Kuipers, die al bekend waren vanuit hun vorige positie(s) toen ze nog geen minister waren, staan bovenaan. Kaag en Rutte onderaan. Dit is de laagste score van Premier Rutte, die we tot dusverre gemeten hebben.

Deze grafiek hebben we ook beschikbaar voor de huidige kiezers van de afzonderlijke partijen. Daarbij hebben we wel de volgorde aangehouden op de bovenstaande ranglijst.

Een vijftal ministers hebben we ten slotte in één overzicht samen genomen.

 

Vertrouwen in de fractievoorzitters

Ten slotte hebben we de respondenten de lijst voorgelegd van alle fractievoorzitters/afgescheiden kamerleden. Het overzicht laat goed de populariteit van Pieter Omtzigt zien. Caroline van der Plas en Lilian Marijnissen staan op plekken 2 en 3. Het is opmerkelijk dat die hoge positie van Marijnissen niet terug te vinden is in de zetelscore van de SP.

Sophie Hermans en Pieter Heerma staan het laagst van de fractievoorzitter van de grotere partijen (partijen die meer dan 8 zetels haalden bij de Tweede Kamerverkiezingen).  Opmerkelijk daarbij is dat bij alle fractievoorzitters het vertrouwenscijfer in de “eigen” fractievoorzitter van dit moment tussen 7,5 en 9 ligt, maar bij Hermans en Heerma ligt dit cijfer maar iets boven de 6,0.

Het hoogst scoren Wilders (9,0), Van der Plas (8,8) en Baudet (8,6).

 

 

Stemming 26-6-2022: BBB nog maar 3 zetels achter op VVD

De uitslag van deze week

Het is maar een paar keer gebeurd dat bij de peilingen naar politieke voorkeur, die ik de afgelopen 45 jaar uitvoerde, de verschuiving niet alleen een hele forse was, maar ook een vooraankondiging inhield van iets veel groters. Hetzij voor wat er vervolgens in de politiek gebeurde, hetzij voor wat er bij de volgende verkiezing zou gaan plaatsvinden.

Zoiets lijkt de afgelopen week gebeurd te zijn. Met als gevolg dat niet alleen de uitslag van dit weekend bijzonder is, maar dat één en ander ook de schaduw vooruit werpt tot en met maart 2023, wanneer de verkiezingen zijn voor de Provinciale Staten/Eerste Kamer. Een ontwikkeling, die lijkt op wat er in 2018/2019 gebeurd is met FVD, maar waarvan het effect dit keer nog groter lijkt te kunnen gaan worden.

Allereerst de uitslag van de peiling van vandaag, vergeleken met die van twee weken geleden en met ruim twee maanden geleden.

BBB nog maar 3 zetels achter de VVD - 45064Duidelijk te zien is de grote opmars van BBB, oftewel Caroline van der Plas. De afgelopen twee weken is ze 5 zetels gestegen en t.o.v. de Kamerverkiezingen van 2021 zijn dat er in totaal 17.  Ook goed te zien is dat met name de VVD daar electoraal fors last van heeft. Maar ook de PVV en JA21 “verliezen” kiezers aan BBB. Bij JA21 gebeurt dat vooral doordat de winst, die zij hadden geboekt op met name de VVD, in het afgelopen jaar wat minder is geworden.

Stikstofmaatregelen

De discussie over de stikstofmaatregelen in de afgelopen anderhalve week speelt hier zeker een rol bij, maar is niet de oorzaak, wél de aanleiding. Vorige week ging ik daar al wat dieper op in. 

De volgende twee tabellen laten in de kern zien in wat voor penibele positie de regeringspartijen nu zitten. Aangegeven wordt het percentage per partij, die stelt dat de stikstofdoelen moeten worden aangepast en de plannen dienen te worden afgezwakt. Daarbij staan in de eerste kolom de percentages afgezet tegen het huidig voorgenomen stemgedrag. En in de tweede kolom de percentages afgezet tegen het stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021.

Bij de partijen in het rood is er een verschuiving van meer dan 10% tussen de kiezers van maart 2021 en degenen die nu aangeven deze partij te stemmen.

Tabel A1: Percentage kiezers voor aanpassing stikstofdoelen en afzwakken plannen 

Partijkeuze Huidige voorkeur Gestemd  TK2021
BBB 98% 100%
PVV 96% 98%
SGP 94% 94%
JA21 93% 95%
FvD 93% 93%
CDA 84% 83%
SP 70% 73%
VVD 62% 74%

Tabel A2: Percentage kiezers voor aanpassing stikstofdoelen en afzwakken plannen 

Partijkeuze Huidige voorkeur Gestemd  TK2021
ChristenUnie 47% 61%
PvdA 29% 40%
Volt 18% 20%
PvdD 17% 28%
GroenLinks 11% 19%
D66 3% 27%

Bij alle partijen in het rood zien we een verschil van meer dan 10% tussen de twee kolommen. De tweede kolom (gestemd bij TK2021) is dan hoger dan degenen die deze partij nu stemmen. We zien bij de andere partijen geen duidelijke stijging, maar dat komt omdat de omvang van de groep kiezers van BBB + JA21 t.o.v. TK2021 met 22 zetels is gestegen en dat D66 en VVD samen 25 zetels zijn gedaald.

De aanloop naar PS2023

Het is heel interessant om de huidige uitslag van de peiling te vergelijken met die van precies 4 jaar geleden. Toen er ook nog minder dan 9 maanden te gaan was tot de Provinciale Staten/Eerste Kamerverkiezingen. Een verkiezing waar FVD bij hun eerste deelname direct de grootste werd. En in onze peiling juist voorspeld werd. 

Maar op hoeveel zetels in de peiling stond FVD exact 4 jaar geleden en de VVD toen? En hoe verhield zich dat tot de Tweede Kamerverkiezingen van ruim 1 jaar eerder? En dan zien we treffende overeenkomsten.

Terwijl FVD bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 2 zetels had gehaald en de VVD 33, was FVD exact 4 jaar geleden gestegen naar 16 zetels en de VVD gedaald naar 27. Bij de Provinciale Statenverkiezingen 2019 stond FVD in de landelijke peiling op 23 zetels en de VVD op 22.

In de onderstaande tabel ziet u de scores van de verschillende partijen toen en nu met als referentie de verkiezingsuitslagen.

Met name als bekeken wordt hoe de huidige uitslag van de peiling nu zich verhoudt tot die van TK2021 en we dan kijken hoe de peiling tijdens PS2019 zich verhield tot TK2017, dan zien we het volgende.

  • Regeringscombinaties staan nu op een verlies van 31 zetels, dat was toen 21.
  • Aan de linkerkant is er nu een stijging van 11 zetels, dat was toen 6.
  • Aan de rechterkant zien we nu een stijging van 19 zetels, dat was toen 14.

Het “extra” verlies bij de regeringspartijen van 10 zetels zien we vooral terug in de groep van partijen, die in dit overzicht aan de rechterkant zijn geplaatst.

Maar het overzicht laat nog iets belangrijks zien:

FVD werd groter dan de VVD mede doordat de PVV verloor.

Dus de FVD zoog kiezers weg bij de PVV mede onder invloed van het feit dat FVD wel groter kon worden dan de VVD.

Het arsenaal van kiezers aan de rechterkant voor BBB is nu groter dan die van FVD in 2018/2019. Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken wat er aan die kant gaat gebeuren als er bij PS2023 een reëele kans is dat BBB groter wordt dan de VVD. Zowel onder de potentiële JA21- en PVV-kiezers zijn er voldoende kiezers die dan naar de BBB zouden kunnen overstappen.

Daarnaast is er ook sprake van een combinatie van PvdA met GroenLinks, die nu samen 25 zetels hebben. Die zijn nu groter dan VVD of BBB. Ook die tweestrijd van BBB met GroenLinks/PvdA wie de grootste zal worden kan een extra motief zijn voor kiezers aan de rechterkant om BBB te stemmen.

Nog los van het feit dat zowel bij VVD als CDA nog voldoende kiezers zijn met onvrede over de regering (zoals nu merkbaar is rondom de stikstofplannen), kiezers die de overstap naar BBB ook zouden kunnen maken. En D66 loopt bij die tweestrijd het risico van een overloop naar die combinatie GroenLinks/PvdA.

Natuurlijk zijn er nog bijna 9 maanden te gaan. Natuurlijk zijn er nog allerlei andere onderwerpen die in de tussentijd zullen gaan spelen. (Maar of die electoraal voordelig uitvallen voor de regering waag ik te betwijfelen). Bovendien weten we ook nog niet wat Pieter Omtzigt zal gaan doen (al dan niet aan die verkiezingen met een eigen partij deelnemen).

Tevens zullen er mensen zijn die zeggen: ‘Maar ja, we moeten eerst maar zien wie de kandidaten van BBB zullen zijn in de provincies en voor de Eerste Kamer.’ Maar bedenk dan wel dat bij PS2019 de kiezers op FVD zich daar ook niet mee bezig hielden. Zij kozen toen voor Baudet.

De uitslag van de peiling van vandaag is een teken aan de wand voor wat er de volgende 9 maanden zowel electoraal als politiek zal gaan afspelen. De electorale krachten die zich nu aan het aftekenen zijn zouden wel eens de eerste schokken kunnen zijn die de seismograaf aangeeft voor een grote aardbeving in politiek Nederland.

 

Stemming 19-6-2022: Sterke polarisatie rond stikstofplannen

De trend van de vorige week zet door in de peiling van deze week. VVD en D66 zijn nog iets verder verzwakt naar resp. 22 en 11 zetels. BBB is 1 zetel gestegen naar 14. GroenLinks stijgt naar 13 zetels.

In het overzicht wordt ook de vergelijking gemaakt met bijna 2 maanden geleden. Daardoor is de trend van de laatste tijd beter te zien. VVD is in die periode 5 zetels gedaald en D66 3.  BBB is 4 zetels gestegen, PVV 2.

 

De stikstofplannen van de regering is een onderwerp waarover grote tegenstellingen te zien zijn binnen het electoraat. Bij sommige partijen is het overgrote deel voor de doelen en de plannen (D66, GroenLinks, PvdA, PvdD, Volt) of het overgrote deel tegen (BBB, PVV, FVD, JA21). Maar bij sommige partijen loopt de grens  binnen het eigen electoraat (VVD, CDA, ChristenUnie en SP).

We hebben acht stellingen aan de meer dan 3000 ondervraagden voorgelegd naar aanleiding van de plannen, die vorige week naar buiten zijn gekomen. De resultaten laten die verdeling goed zien.

Dit is de eerste tabel van dit onderzoek en de gestelde vraag is afgezet naar het huidig stemgedrag.

Het is interessant om bij de drie regeringspartijen, die fors verliezen, te laten zien hoe de resultaten zijn bij de kiezers, die sinds maart 2021 niet meer op die partij stemmen:

  • Huidige VVD kiezers staan voor 49% achter de doelstelling. VVD-kiezers van maart 2021, die nu aangeven geen VVD stemmen: voor 26%.
  • Huidige D66-stemmers staan voor 93% achter de doelstelling. D66-kiezers van maart 2021, die nu aangeven geen D66 stemmen: voor 62%.
  • Huidige CDA-stemmers staan voor 37% achter de doelstelling. CDA-kiezers van maart 2021, die nu aangeven geen CDA stemmen: voor 13%.

Het is zeker niet zo dat dit onderwerp de reden is waarom deze drie partijen zo veel verliezen. Want het verlies is al langer aan de gang. Maar het laat wel zien dat de kiezers die afscheid genomen hebben van die partij in de laatste 15 maanden, in opvattingen over dit politiek beladen onderwerp, fors verschillen van de kiezers, die nog steeds op die partij stemmen.

In twee grafieken laten we zien welk percentage het eens is met zes verschillende stellingen. De eerste stelling stond al in de vorige grafiek. 49% van de Nederlanders is het daarmee eens.

Op de vraag of men vindt dat, los van de stikstofproblematiek,  de veestapel met 30% gereduceerd zou moeten worden is 48% van de Nederlanders het mee eens. Ook daarbij is het goed te zien hoe groot het verschil is tussen D66-kiezers en die van de andere drie regeringspartijen.

Met de reductie van 70% van de stikstofuitstoot rondom de 131 Natura-2000 gebieden is 34% het eens. Van de huidige CDA-kiezers vindt 6% dat en van de huidige D66-kiezers 82%!

De volgende grafiek bevat nog eens drie stellingen rondom dit onderwerp.

Met de stelling dat de doelen moeten worden aangepast en de plannen afgezwakt is 66% het eens. D66- en GroenLinks kiezers vrijwel niet. Kiezers van het CDA voor 83% en die partij scoort zelfs hoger dan BBB-kiezers (79%)!

Op de vraag wat men gestemd zou hebben als men mee had mogen doen bij de stemming op het VVD-congres geeft 51% van de Nederlanders aan, dat gedaan zou hebben. 41% zou tegen gestemd hebben en 10% geeft aan het niet te weten. Onder de huidige VVD-kiezers is dat ook 51%. De VVD-kiezers uit 2021, die nu  geen VVD meer stemmen zouden voor 70% voor de motie gestemd hebben.

De derde vraag betreft het RIVM-model. Blijkbaar denkt maar 29% van de Nederlanders dat dit model een goed beeld geeft. Ook daar zien we – weer – grote verschillen tussen de kiezers van de verschillende partijen. En ook hier hebben de kiezers van D66 een duidelijk andere opvatting dan de kiezers van de andere drie regeringspartijen.

Ten slotte is de vraag gesteld of de stikstofplannen een regeringscrisis waard zijn. 64% van de Nederlanders vindt dat het geval. Maar dat hoge percentage komt met name door de kiezers van de oppositiepartijen, behoudens VOLT.

Maar bij de regeringspartijen zien we bij twee partijen hogere waarden.  74% van de huidige CDA-kiezers vindt dat  en 57% van de huidige D66-kiezers. Maar de opvattingen van die kiezers van die twee partijen over dit onderwerp is wel tegengesteld.

Bij de CDA-kiezers uit 2021, die aangeven nu geen CDA meer te stemmen, vindt zelfs 87% dit onderwerp een regeringscrisis waar. Bij de D66-kiezers, die geen D66 mer aangeven te stemmen zien we op dat punt geen verschil met de kiezers die nu nog D66 stemmen (57%).

Met nog negen maanden te gaan voor de volgende landelijke verkiezingen zal het duidelijk zijn dat dit alleen al dit onderwerp weinig kans zal geven dat de electorale positie van de vier regeringspartijen tezamen fors zal verbeteren.

Nog los van de vraag of de regeringscoalitie onder de druk vanuit hun electoraat rondom dit onderwerp stand houdt.

En dat terwijl er nog meer grote uitdagingen liggen voor de regeringscoalitie in de komende maanden met forse electorale risico’s.

Ten slotte: Dit is de vergelijking van de huidige zetelverdeling op basis van de peiling en die op basis van de verkiezingen 15 maanden geleden.

Klik op de twee keuzes (“TK verkiezing 2021” en “De Stemming: 19-6-2022”) en u ziet de verschuivingen en de verdere fragmentatie

 

Stemming 12-6-2022: BBB inmiddels 3e partij

Onze peiling is op vrijdag en zaterdag uitgevoerd. Grotendeels voorafgaande aan het VVD-congres en het moment van de uitslag van de Eerste Kamer-fusie van PvdA en GroenLinks.

Als we de uitslag van deze peiling met bijna 4000 ondervraagden vergelijken met die van twee weken eerder dan kan vastgesteld worden dat zowel de VVD als D66 in die periode weer 2 zetels zijn kwijtgeraakt. Daarmee staat de VVD op 23 zetels (-11) en D66 op 12 zetels (-12). De regeringscombinatie staat nu nog maar op 49 zetels (- 29). De grootste winnaar is BBB, die nu 2 stijgt naar 13 zetels en daarmee zelfs de derde partij is geworden na VVD en PVV (17).

Belangrijk is ook om te beseffen dat inmiddels bijna een kwart van de kiezers van maart 2022 nu zegt niet te weten op welke partij te stemmen. Daarbij geeft nog eens 5% van de kiezers aan op een andere partij te willen stemmen dan de opgegeven lijst. Gezien de herkomst van die kiezers kan aangenomen worden dat deze kiezers een mogelijke partij van Pieter Omtzigt bedoelen. Die was in het onderzoek niet als alternatief voorgelegd. Uit eerder onderzoek weten we dat als een partij van Pieter Omtzigt wel als alternatief wordt voorgelegd dan rond de 17% die deze partij zou kiezen.

Dat dus nu bijna 30% van de kiezers van maart 2021 geen partij kiest op de opgegeven lijst, maakt het moeilijk om de overgangen tussen de partij goed vast te stellen. Zo zijn er meer kiezers van VVD, D66 en CDA van maart 2021 die nu geen partij kiezen dan de kiezers van PVV, PvdA of GroenLinks van toen. Dus stijgingen en dalingen hangen ook mede af van dit stemgedrag.

Als we dit echter wel mede in beschouwing nemen en toch van 150 zetels in maart 2021 naar die van dit moment willen gaan, dan ziet het plaatje er zo uit:

Om de cijfers wat meer reliëf te geven worden ze ook vergeleken met die twee dagen na de Provinciale Statenverkiezingen van 2019. Dat waren de verkiezingen waar FVD groter werd dan de VVD. Het patroon van de uitslag van toen komt sterk overeen met de uitslag van vandaag. Drie van de vier regeringspartijen scoorden toen exact hetzelfde als nu. En hoewel aan de rechter- en linkerkant er wat partijen bijgekomen zijn is verschilt de structuur van de uitslag niet veel van die van toen.

Ook dat laat zien dat een uitslag zoals die bij de peiling van vandaag geen onmogelijkheid is voor de verkiezingen in maart 2023. Met als enige “dark horse”. De vraag of Pieter Omtzigt al dan niet aan de verkiezingen met een eigen lijst zal gaan deelnemen. In dat geval zullen de combinaties links van D66 er minder last van hebben dan die rechts van de VVD. Het grote vraagteken is dan wel hoeveel last de regeringscombinatie er dan van zullen hebben.

 

Ten slotte is dit het verloop van politieke voorkeur sinds het begin van 2019. U kunt zelf de grafiek starten en stoppen of een speciale partij in de tijd volgen:

 

Stemming 29-5-2022: PvdA-GroenLinks combi nog geen extra electorale aantrekkingskracht

Ten opzichte van 2 weken geleden zien we geen electorale verschuivingen. De ophef over de gewiste SMS-jes van de premier heeft geen electorale gevolgen. Ten opzichte van vijf weken geleden zijn dit de verschuivingen.

Gewiste SMS-jes

De vragen over dit onderwerp geven deze uitslag:

  • 38% van de Nederlanders vindt dat Premier Rutte met het wissen van de tekstberichten geen formele regels heeft overtreden, 47% wel.
  • 68% vindt wel dat de leden van de regering alle tekst-berichten (zoals SMS of Whatsapp) dienen te laten archiveren ten behoeve van mogelijke controle later. Alleen bij de huidige VVD-kiezers vindt 63% dat niet.
  • 60% vindt het wel goed dat de Kamer over dit onderwerp een uitgebreid debat heeft gevoerd.
  • 47% is het eens met Premier Rutte dat dit soort debatten het wantrouwen voedt van de Nederlanders in de politiek

De wijze waarop de kiezers van de verschillende partijen over dit onderwerp denken, is terug te vinden in het percentage dat aangeeft voor de motie van wantrouwen gestemd te hebben als men zelf in de Kamer had gezeten. Dit antwoord is afgezet naar de huidige politieke voorkeur.

Alleen onder de huidige kiezers van de regeringspartijen is er geen meerderheid voor die motie van wantrouwen.

Het is wel interessant om te beseffen dat als deze grafiek gemaakt was met daarin het stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen dat de 4 staven van de regeringspartijen hoger zouden zijn.

  • Bij de VVD zou 10% van de kiezers uit 2021 voor de motie van wantrouwen hebben gestemd (in plaats van 1% onder de huidige kiezers)
  • Bij D66 zou dat 35% van de kiezers uit 2021 zijn (22%)
  • Bij het CDA zou dat 43% zijn (32%)
  • En bij de ChristenUnie kiezers uit 2021 48% (42%).

Vooruitblik EK2023

Het bovenstaande laat zien dat circa een derde deel van de kiezers bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 één van de vier regeringspartijen heeft gestemd, dat nu niet meer zou doen en zich van de regering heeft afgekeerd.

Hoewel het nog ruim 9 maanden te gaan is tot de volgende verkiezingen (15 maart 2023), lijkt het nu al vrijwel zeker dat de vier regeringspartijen bij lange na niet een meerderheid in de Eerste Kamer zullen bereiken in 2023. Ze hebben nu 32 van de 76 zetels.

Als we de uitslag van de huidige peiling vergelijken met die van de Eerste Kamerverkiezing van 2019 dan is het opmerkelijk dat VVD, D66 en ChristenUnie heel dicht staan bij die uitslag die ze in maart 2019 haalden. Alleen het CDA staat er nu duidelijk slechter voor dan in maart 2019 toen die partij 9 zetels in de Eerste Kamer haalde. Op dit moment zou 5 of 6 zetels (rekening houdende met de lagere opkomst bij die verkiezingen) een waarschijnlijker uitslag zijn voor die partij.

Op basis van de huidige peiling zou de kans dus groter zijn dat de 4 regeringspartijen iets minder krijgen dan de huidige 32 zetels dan iets meer.

Maar het is natuurlijk nog 9 maanden en er zijn nog twee belangrijke vraagpunten, die een groot effect kan hebben op de uitslag:

  1. Gaat Pieter Omtzigt in een of andere vorm meedoen aan die verkiezingen? Hoewel hij dan beduidend minder weghaalt bij de resterende kiezers van de regeringspartijen dan van de oppositiepartijen, zou dat de regeringspartijen nog eens 1 tot 3 zetels extra kunnen kosten t.o.v. de huidige scores.
  2. Wat gaat een gecombineerde lijst van PvdA en GroenLinks halen? Op dit moment hebben die twee partijen 14 zetels in de Eerste Kamer.

In ons onderzoek deze week hebben we verkend wat die gecombineerde lijst zou kunnen opleveren en hoe dan de kiezers zich tussen de partijen bewegen.

Op basis van de huidige peiling zouden PvdA en GroenLinks ieder los 6 zetels in de Eerste Kamer krijgen, dus 12 bij elkaar. Een gecombineerde lijst levert op dit moment iets minder op, 10 of 11. Maar dat kan best anders worden als de verkiezingen naderen en vastgesteld is wie de lijsttrekker wordt, wat het programma is en hoe soepel de samenwerking loopt in de richting van de vorming van die gecombineerde lijst. Een aansprekende lijsttrekker en een soepele samenwerking kan een positieve impuls betekenen. Maar als die samenwerking niet zo soepel gaat, dan zou dat net zo goed de electorale positie kunnen verzwakken.

Onder de kiezers, die nu zeggen PvdA te stemmen is er op dit moment iets minder enthousiasme voor de combinatie dan onder de kiezers, die nu aangeven GroenLinks te stemmen. Daarentegen is het wel zo dat de huidige -gemiddeld een stuk jongere- GroenLinks kiezer, andere partijen, zoals PvdD, Volt en BIJ1 vaker noemt als partij, die ze ook een kans geven op een stem dan de huidige PvdA-kiezer dat doet.

De combinatie PvdA/GroenLinks zou nog wel kiezers kunnen aantrekken die nu aangeven D66 of PvdD te stemmen. Ook bij SP, Volt en BIJ1 is dat zo, maar dat zijn in absolute zin kleine getallen.

Kortom: Alleen als de combinatie PvdA/GroenLinks met een echt aansprekende lijsttrekker komt en de aanloop naar de verkiezingen (programma en kandidaten) soepel loopt, dan heeft de combinatie een kans om meer zetels te behalen dan de twee partijen apart zouden kunnen gaan halen.  Mocht Pieter Omtzigt wel gaan meedoen, dan zou dat de nieuwe combinatie dat 10 tot 20% van haar kiezers kunnen schelen.

Net zo goed als voor een partij rondom Pieter Omtzigt geldt voor de gecombineerde PvdA/GroenLinks lijst dat de omvang van de fractie in de Eerste Kamer kan zorgen dat de coalitie in de Eerste Kamer een forse meerderheid krijgt.

De vraag zal dan wel zijn of de uitslag zodanig is, dat er voor de coalitie een meerderheid in de Eerste Kamer is te halen, met welke andere afzonderlijke partij ook. Als Pieter Omtzigt wel aan die verkiezingen deelneemt zal de kans klein zijn dat de regeringscoalitie met een andere enkele partij dan PvdA/GroenLinks of die van Pieter Omtzigt een meerderheid in de nieuwe Eerste Kamer zal halen.

 

Stemming 15-5-2022: Regeringscombinatie kalft verder af

Ook na 3 weken zien we geen grote veranderingen in politieke voorkeur. Een daling zien we alleen bij VVD (-2) en D66 (-1). BBB, PVV en FVD stijgen 1 zetel. Door die 3 zetels verlies staat de regeringscoalitie nog maar op 52 zetels. Dat zijn er 26 minder dan ze in maart 2021 gehaald hebben.

Volatiliteit

Slechts 38% van de kiezers denkt dat het kabinet de rit volmaakt. 40% denkt dat het kabinet voor 2024 gevallen is. Van de huidige VVD kiezers denkt twee derde dat het kabinet de rit uitzit. Bij ChristenUnie- en D66-kiezers is het 60% en bij CDA-kiezers 50%.

De helft van de kiezers zouden nu nieuwe verkiezingen willen hebben. Van de huidige kiezers van de regeringspartijen wil 8% dat. Maar dan moet wel gerealiseerd worden dat die regeringspartijen nu al een derde van de kiezers van ruim 1 jaar geleden is kwijtgeraakt. Want als we kijken naar de VVD- en D66-kiezers van maart 2021 dan wil een kwart nieuwe verkiezingen. Bij het CDA is dat zelfs 40%.

Na nieuwe verkiezingen zou 36% een zakenkabinet willen hebben en 36% een meerderheidsregering. Onder VVD-kiezers is dat 29% en D66-kiezers 16%.

55% van de kiezers hoopt dat bij nieuwe verkiezingen Pieter Omtzigt met een eigen partij meedoet. 26% van de kiezers geeft aan dat de kans vrij groot of groter is dat men dan op die partij zal stemmen. De onderstaande grafiek laat zien welke partijen dan in potentie de zwaarste electorale concurrentie krijgen.

Ook dit laat zien hoe een impact op de verkiezingen het zou hebben als Pieter Omtzigt echt met een eigen lijst aan de verkiezingen zou gaan deelnemen. Het geeft ook aan hoe volatiel in principe het electoraal is. Als een partij, die er (nog?) niet eens is, hoger scoort t.a.v. de electorale potentie dan enige andere partij, die er nu wel is.

Regeringscombinaties

Het is interessant om te zien welke combinatie de huidige kiezers van de verschillende partijen op dit moment het liefst zouden willen hebben als wel uitgegaan wordt van de bestaande combinatie. Dus welke partijen zou men erbij willen hebben naar de partij die men nu zou stemmen.

 

Alleen de VVD-kiezers zouden in meerderheid er geen partijen aan willen toevoegen. Bij D66 is dat slechts 23%.

Met rechtse partijen erbij wordt het meest gekozen (34%). Van de VVD kiezers zou 31% dat willen.

Een derde van de kiezers zouden linkse partijen toegevoegd willen zien aan de huidige combinatie. Onder de huidige D66-kiezers is dat 73%, Bij de huidige ChristenUnie kiezers is dat 30%.

Zowel links als rechts erbij wenst maar 6% van de kiezers.

Stemming: 24-4-2022: D66 verliest 4 zetels en is terug bij af

De peiling van vandaag laat zien dat de gebeurtenissen van de afgelopen week leidt tot een daling van 4 zetels van D66. De partij staat nu op 14. Dat zijn er 10 minder dan bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Een score die D66 had, voordat Kaag politiek leider werd.

Die vier zetels verlies gaan niet eenduidig naar andere partijen, omdat we over de hele linie met D66 als zwaartepunt een stijging zien van de groep, die aangeeft niet te weten op welke partij te stemmen.

Alleen al bij D66 betrof dat 2 van de 4 zetels, die de partij kwijt raakte, maar ook bij het CDA zien we dat sterker dan bij de andere partijen.

Door die toename van de groep, die geen partij van voorkeur noemde, werd de grens voor de andere partijen om 1 zetel meer te behalen kleiner. En omdat BIJ1 en BVNL dicht bij een tweede zetel zaten, hebben die er vandaag een zetel bij en staan ze op 2 zetels. Ook de VVD en PVV profiteerden van het geringer aantal “stemmen”  dat nodig was om een zetel te behalen en een wat trouwer electoraat.

De PvdA won wel 1 zetel rechtstreeks van D66 en heeft geen last van de leiderschapswisseling. Dat leidt tot deze uitslag.

De electorale positie van D66

Met deze 14 zetels van D66 ligt op het niveau van de uitslagen van D66 voordat de partij fors ging stijgen na het aanwijzen van Kaag als lijsttrekker. Bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2019 haalde D66 8%, hetgeen 12 landelijke Tweede Kamerzetels zou betekent hebben.

Als we kijken waar de 10 zetels verlies van D66 sinds TK2021 nu naar toe gaan dan zijn het 2 zetels naar GroenLinks en 2 naar de PvdA. Ongeveer 1 naar PvdD, Volt en VVD. En de overige drie door de relatief grote groep van D66 die aangeeft niet te weten op welke partij te zullen stemmen.

Van de Nederlandse kiezers geeft 68% aan nooit D66 gestemd te hebben. In 2021 stemde bijna 16% D66, hetgeen inhoudt dat er nog 16% extra is die voorheen wel eens D66 heeft gestemd, maar in 2021 niet. Het huidig percentage is 9%. Daar stond D66 eind 2020 ook op.

Het hoogste percentage kiezers dat ooit D66 gestemd heeft, maar nu bij een andere partij, zit bij de huidige kiezers van Volt (63%), PvdA (47%) en GroenLinks en SP (37%).  Bij de VVD is dat 23% en het CDA 12%. Onder de JA21- en de BBB-kiezers van dit moment is dat ook 23%, zoals bij de VVD. Bij de PVV is die score het laagst (10% heeft ooit D66 gestemd).

Er zijn negen stellingen voorgelegd aan de kiezers in relatie tot de gebeurtenissen van de afgelopen week. Voor deze stellingen laten we zien het percentage van alle kiezers dat met deze stelling eens is en voor kiezers van D66, en kiezers van partijen die positievere t.o.v. D66 staan dan de andere kiezers.

 

Van de huidige kiezers van D66 vindt vrijwel niemand dat Kaag had moeten aftreden. Onder alle kiezers, die in 2021 D66 hebben gestemd is dat 20%.

Het lijkt er echter wel op dat het extra electoraal potentieel was dat Kaag D66 leverde verdwenen is. Zeker gezien de moeilijke financiele situatie waar in terecht gekomen zijn (consumentenvertrouwen is met -48 het laagste wat ooit gemeten is) zal zij als Minister van Financiën, mede door de gebeurtenissen van de afgelopen week, in een zeer moeilijke positie zitten om de electorale positie van D66 weer fors te verbeteren.

Positiewisseling PvdA

Het opstappen van Ploumen, die opgevolgd is door Kuiken, leidt niet tot forse electorale verschuivingen. Althans niet op dit moment.

Veel PvdA-kiezers vinden het jammer dat Ploumen is opgestapt, maar wel verstandig.

Als gevraagd wordt welke PvdA-prominent men het liefst als volgende politiek leider zou willen zien dan wordt Aboutaleb door 40% van de PvdA-kiezers genoemd en Timmermans en Kuiken ieder door 20%. Moorman volgt dan met 13%.

Aboutaleb scoort relatief het hoogst bij kiezers van partijen, waar de PvdA weinig kiezers bij weghaalt. Bij de huidige GroenLinks-kiezers scoort Moorman net zo hoog als Aboutaleb. En bij de huidige D66-kiezers scoort Timmermans even hoog als Aboutaleb.

Ten slotte is bekeken hoe de kiezers reageren op een mogelijke fusie van PvdA en GroenLinks.

Op dit moment stemt rond de 15% één van deze twee partijen.

  • Van de huidige PvdA-kiezers geeft 20% een dergelijke combinatie weinig tot geen kans op een stem en nog eens 10% twijfelt.
  • Van de huidige GroenLinks kiezers geeft 10% een dergelijke combinatie weinig tot geen kans op een stem en nog eens 5% twijfelt.

Onder de kiezers van de andere partijen zien we – in ieder geval op dit moment- geen grote aantrekkingskracht van die combinatie. Alleen bij kiezers van D66, PvdD en Volt zien we circa 5% die aangeven die combinatie een grote kans te geven op een stem. Bij de andere partijen is dat duidelijk minder. Ook bij de huidige SP-kiezers zien we weinig enthousiasme voor die mogelijk nieuwe combinatie.

Wel is er nog een potentieel van circa 5%, die aangeboord zou kunnen worden. Zeker als die combinatie een lijsttrekker krijgt met een sterke electorale aantrekkingskracht.

Zonder dat Omtzigt aan de verkiezingen gaat meedoen, of zich een totaal nieuwe aantrekkelijke kandidaat aandient (die we nu nog niet echt kennen), zal de versplintering van het politieke landschap, en ook van de nieuwe Eerste Kamer, die over één jaar aantreedt, dus blijven aanhouden.

 

 

PEIL.NL © NO TIES BV / VIEWTURE BV