Opvallende trends in de provinciale uitslagen en stembureaus GR2022

door Dennis Brouwer

Friesland en Groningen

In de provincies Friesland en Groningen hebben de lokale partijen relatief de grootste winst behaald. Dit zou ook (deels) kunnen komen doordat de opkomst bij de vorige verkiezingen daar in veel gemeenten lager was, door de herindelingsverkiezingen aldaar.

Vooral in Friesland valt op dat het CDA relatief harder zakt dan landelijk. De FNP lijkt het erg goed te hebben gedaan (die partij is provinciaal, maar wordt hier bij lokaal gerekend). BVNL doet het opvallend goed en wordt hier als landelijke partij gerekend, maar ik denk dat veel kiezers het als een lokale partij zagen. Ondanks dat Forum voor Democratie in de meeste Friese gemeenten niet meedeed, behaalde het toch een respectabele 1.9% van de stemmen. In zowel Friesland als Groningen, de van oorsprong sterkste gebieden van de PvdA, daalt de partij licht.

Drenthe en Overijssel

 

In Drenthe zien we een uitslag die qua verschuivingen veel lijkt op het landelijke beeld. In Overijssel zakt het CDA, maar het lijkt nog mee te vallen. Maar we zien ook, dat de opkomst hier relatief veel zakt.

Gelderland en Flevoland

 

In Gelderland zien we dat het CDA relatief veel zakt. En de lokale partijen doen het erg goed deze keer. Dit kan verband houden met de relatief vele lokale partijen in de provincie die een verbintenis met BBB hebben. Opkomst zakt hier duidelijk minder dan in Overijssel.

Flevoland heeft maar zes gemeenten. De opkomst in deze provincie is sterk gedaald. Het vertoont het opkomstbeeld van gemeenten als Amsterdam en Rotterdam. Zowel in Almere als Lelystad is de VVD de grootste, maar dat betreft dan nog maar 13% van de stemmen. Ook hier zien we een grote mate van versplintering. In Almere is de PVV met 10% een fractie groter dan de PvdA.

Utrecht

 

 

In de provincie Utrecht zien we dat de VVD relatief hard zakt. De PvdD verdubbelt, maar dat komt vooral doordat ze in meer gemeenten  meedoen. Uit de uitslag van de provincie Utrecht blijkt ook dat de (trends van de) uitslagen in Nieuwegein enorm afweken van de rest van de provincie (en Nederland).  GroenLinks won gigantisch in Nieuwegein, maar verliest licht in Utrecht (en de rest van Nederland) in stemmenpercentage.

De gemeente was uitgekozen door Ipsos en de NOS als locatie voor de eerste exit poll, maar dit bleek achteraf bezien een matige keuze te zijn geweest.

De grote factor in Nieuwegein was zeer waarschijnlijk dat de SP deze keer niet meedeed. Daarnaast is er de laatste jaren sprake van een selectieve migratie van jongere hoger opgeleiden uit de stad Utrecht met een inkomen dat niet volstaat om in de stad te blijven wonen.

Vermoedelijk deed GroenLinks het daardoor in de normaliter gemiddelde gemeente vele malen beter dan in de rest van het land, zowel qua score als qua verschuiving ten opzichte van vier jaar terug. Het laat aan de andere kant ook wel weer mooi zien, hoe lastig het is om – zeker bij een gemeenteraadsverkiezing – op basis van lokale uitslagen conclusies te trekken over het landelijke beeld.

 

In de gemeente Utrecht zelf zien we dat GroenLinks in bijna alle wijken de grootste partij is geworden. Vorig jaar en vier jaar geleden was in Overvecht DENK nog de grootste. En GroenLinks was nu de grootste in alle wijken waar D66 vorig jaar de grootste was, behalve Leidsche Rijn. De VVD is al sinds 2018 onafgebroken de grootste in Vleuten-De Meern.

Het patroon van de uitslagen is interessant te noemen. Alle drie de grootste partijen van vier jaar terug behouden hun positie, maar ze verliezen alle drie een significant deel van hun stemmen. Nieuwe partijen als BIJ1 en VOLT winnen veel stemmen, waarbij BIJ1 het zelfs beter doet dan vorig jaar bij de Tweede Kamerverkiezingen. Tegen de nationale trend in wint het CDA hier stemmen ten opzichte van 2018.

Noord- en Zuid-Holland

 

In Noord-Holland wint de PvdA, maar in Zuid-Holland verliest de partij juist wat. Andersom zien we dat in Noord-Holland GroenLinks wat verliest en in Zuid-Holland gelijk blijft. Daar zien we duidelijk de invloed van Amsterdam, waar we nu nog wat specifieker op ingaan. Op basis van de stembureau-uitslagenkaart in Amsterdam (https://maps.amsterdam.nl/gemeenteraad2022/?LANG=nl) en de site van OIS Amsterdam over de wijkuitslagen, zijn een aantal interessante trends te zien.

 

 

We zien een patroon dat we vaker bij verkiezingen zien. DENK scoort goed in Nieuw-West, GroenLinks in West en Oost en de VVD in Zuid en in het nieuw aan de gemeente toegevoegde Weesp. BIJ1 is de grootste partij in Amsterdam-Zuidoost. We zien wel een aantal trends, die zich doorzetten of die we niet eerder hebben gezien.

Zo doet de partij BIJ1 het in toenemende mate goed over de gehele breedte van de stad Amsterdam en haalt het in het merendeel van de wijken meer dan 6% van de stemmen. Opvallend genoeg lijken de beste uitslagen buiten Amsterdam-Zuidoost met name te komen van de universiteitscampussen Science Park en Roeterseiland van de UvA en de HvA. Veel studenten lijken de partij te hebben gesteund.

 

Daarnaast zien we dat JA21 het relatief goed deed, des te verder een stembureau van het centrum van de stad en de Grachtengordel verwijdert was. partij zoals wel vaker in het ouderenactiviteitencentrum De Coenen. Een hele opvallende uitslag is er voor het CDA in twee verzorgingshuizen in Weesp die op de verkiezingsdag door een mobiel stembureau werden bediend. Dit is het enige stembureau waar het CDA in Amsterdam de grootste partij is.

Waar het CDA in de gehele gemeente Amsterdam een stemmenpercentage van 2.5% behaalde, kreeg het in dit mobiele stembureau maar liefst 36.4%. Dit percentage werd behaald op basis van slechts 44 stemmen, maar is wel tekenend en in de lijn van trends die we eerder bij verkiezingen voor het CDA hebben gezien, waar het het stemgedrag van ouderen (en dan specifiek de vooroorlogse generatie) op die partij betreft.

 

In de cijfers uit Rotterdam valt op dat de opkomst in sommige stadsdelen erg laag is. Het betreft hier met name de armere wijken waar relatief vaker op DENK of Leefbaar Rotterdam wordt gestemd. De VVD en D66 zijn vaak relatief groot in wijken waar de opkomst juist (veel) hoger was dan gemiddeld.

 

Ook in Rotterdam zien we dat BIJ1 het met 4.1% van de stemmen heel netjes doet. De partij behaalde op het stembureau van de Erasmus Universiteit meer dan 6% van de stemmen. Ook VOLT is hier erg populair. De huidige studenten lijken op basis van deze uitslag (die uiteraard geen representatieve steekproef is van alle studenten) wat progressiever dan de vorige generatie. De VVD en D66 waren afgelopen decennium met afstand de populairste partijen onder Rotterdamse studenten, in ieder geval in het stembureau op de universiteit.

Het CDA is de tweede partij geworden in een aantal wijken in Den Haag waar normaliter DENK een groot aandeel tot zelfs een meerderheid van de stemmen behaalt en het CDA bijna niets. Dit blijkt uit de proces-verbalen van de stembureaus te komen, doordat er grote aantallen voorkeursstemmen zijn uitgebracht op enkele kandidaten met een Turkse of Surinaams-Hindoestaanse migratieachtergrond op de CDA-lijst.

Zeeland

 

In Zeeland (net als in andere provincies) is de SGP duidelijk gestegen (vermoedelijk door de lagere opkomst). De lokale partijen stijgen hier relatief wat minder dan in de rest van het land. FvD doet het niet slecht met 1.5% en de VVD en het CDA verliezen wat minder dan in de rest van het land.

Brabant en Limburg

 

In Noord-Brabant zien we de trend van de lokale partijen ook, maar ondanks de ‘zuidelijke aantrekkingskracht’ van landelijke lijsttrekker Ploumen vorig jaar, zakt de PvdA licht t.o.v. GR2018. GroenLinks stijgt juist. In Limburg steeg de PvdA wel licht en zo ook GroenLinks. In Limburg daalt het CDA duidelijk en winnen de lokale partijen flink. De SP krijgt in Limburg minder dan de helft van het aantal stemmen in vergelijking met 2018.

N.B. Bron van de kaartjes is NRC.nl en de data zijn van afkomstig van het ANP

PEIL.NL © NO TIES BV / VIEWTURE BV