Stemming 29-5-2022: PvdA-GroenLinks combi nog geen extra electorale aantrekkingskracht

Ten opzichte van 2 weken geleden zien we geen electorale verschuivingen. De ophef over de gewiste SMS-jes van de premier heeft geen electorale gevolgen. Ten opzichte van vijf weken geleden zijn dit de verschuivingen.

Gewiste SMS-jes

De vragen over dit onderwerp geven deze uitslag:

  • 38% van de Nederlanders vindt dat Premier Rutte met het wissen van de tekstberichten geen formele regels heeft overtreden, 47% wel.
  • 68% vindt wel dat de leden van de regering alle tekst-berichten (zoals SMS of Whatsapp) dienen te laten archiveren ten behoeve van mogelijke controle later. Alleen bij de huidige VVD-kiezers vindt 63% dat niet.
  • 60% vindt het wel goed dat de Kamer over dit onderwerp een uitgebreid debat heeft gevoerd.
  • 47% is het eens met Premier Rutte dat dit soort debatten het wantrouwen voedt van de Nederlanders in de politiek

De wijze waarop de kiezers van de verschillende partijen over dit onderwerp denken, is terug te vinden in het percentage dat aangeeft voor de motie van wantrouwen gestemd te hebben als men zelf in de Kamer had gezeten. Dit antwoord is afgezet naar de huidige politieke voorkeur.

Alleen onder de huidige kiezers van de regeringspartijen is er geen meerderheid voor die motie van wantrouwen.

Het is wel interessant om te beseffen dat als deze grafiek gemaakt was met daarin het stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen dat de 4 staven van de regeringspartijen hoger zouden zijn.

  • Bij de VVD zou 10% van de kiezers uit 2021 voor de motie van wantrouwen hebben gestemd (in plaats van 1% onder de huidige kiezers)
  • Bij D66 zou dat 35% van de kiezers uit 2021 zijn (22%)
  • Bij het CDA zou dat 43% zijn (32%)
  • En bij de ChristenUnie kiezers uit 2021 48% (42%).

Vooruitblik EK2023

Het bovenstaande laat zien dat circa een derde deel van de kiezers bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 één van de vier regeringspartijen heeft gestemd, dat nu niet meer zou doen en zich van de regering heeft afgekeerd.

Hoewel het nog ruim 9 maanden te gaan is tot de volgende verkiezingen (15 maart 2023), lijkt het nu al vrijwel zeker dat de vier regeringspartijen bij lange na niet een meerderheid in de Eerste Kamer zullen bereiken in 2023. Ze hebben nu 32 van de 76 zetels.

Als we de uitslag van de huidige peiling vergelijken met die van de Eerste Kamerverkiezing van 2019 dan is het opmerkelijk dat VVD, D66 en ChristenUnie heel dicht staan bij die uitslag die ze in maart 2019 haalden. Alleen het CDA staat er nu duidelijk slechter voor dan in maart 2019 toen die partij 9 zetels in de Eerste Kamer haalde. Op dit moment zou 5 of 6 zetels (rekening houdende met de lagere opkomst bij die verkiezingen) een waarschijnlijker uitslag zijn voor die partij.

Op basis van de huidige peiling zou de kans dus groter zijn dat de 4 regeringspartijen iets minder krijgen dan de huidige 32 zetels dan iets meer.

Maar het is natuurlijk nog 9 maanden en er zijn nog twee belangrijke vraagpunten, die een groot effect kan hebben op de uitslag:

  1. Gaat Pieter Omtzigt in een of andere vorm meedoen aan die verkiezingen? Hoewel hij dan beduidend minder weghaalt bij de resterende kiezers van de regeringspartijen dan van de oppositiepartijen, zou dat de regeringspartijen nog eens 1 tot 3 zetels extra kunnen kosten t.o.v. de huidige scores.
  2. Wat gaat een gecombineerde lijst van PvdA en GroenLinks halen? Op dit moment hebben die twee partijen 14 zetels in de Eerste Kamer.

In ons onderzoek deze week hebben we verkend wat die gecombineerde lijst zou kunnen opleveren en hoe dan de kiezers zich tussen de partijen bewegen.

Op basis van de huidige peiling zouden PvdA en GroenLinks ieder los 6 zetels in de Eerste Kamer krijgen, dus 12 bij elkaar. Een gecombineerde lijst levert op dit moment iets minder op, 10 of 11. Maar dat kan best anders worden als de verkiezingen naderen en vastgesteld is wie de lijsttrekker wordt, wat het programma is en hoe soepel de samenwerking loopt in de richting van de vorming van die gecombineerde lijst. Een aansprekende lijsttrekker en een soepele samenwerking kan een positieve impuls betekenen. Maar als die samenwerking niet zo soepel gaat, dan zou dat net zo goed de electorale positie kunnen verzwakken.

Onder de kiezers, die nu zeggen PvdA te stemmen is er op dit moment iets minder enthousiasme voor de combinatie dan onder de kiezers, die nu aangeven GroenLinks te stemmen. Daarentegen is het wel zo dat de huidige -gemiddeld een stuk jongere- GroenLinks kiezer, andere partijen, zoals PvdD, Volt en BIJ1 vaker noemt als partij, die ze ook een kans geven op een stem dan de huidige PvdA-kiezer dat doet.

De combinatie PvdA/GroenLinks zou nog wel kiezers kunnen aantrekken die nu aangeven D66 of PvdD te stemmen. Ook bij SP, Volt en BIJ1 is dat zo, maar dat zijn in absolute zin kleine getallen.

Kortom: Alleen als de combinatie PvdA/GroenLinks met een echt aansprekende lijsttrekker komt en de aanloop naar de verkiezingen (programma en kandidaten) soepel loopt, dan heeft de combinatie een kans om meer zetels te behalen dan de twee partijen apart zouden kunnen gaan halen.  Mocht Pieter Omtzigt wel gaan meedoen, dan zou dat de nieuwe combinatie dat 10 tot 20% van haar kiezers kunnen schelen.

Net zo goed als voor een partij rondom Pieter Omtzigt geldt voor de gecombineerde PvdA/GroenLinks lijst dat de omvang van de fractie in de Eerste Kamer kan zorgen dat de coalitie in de Eerste Kamer een forse meerderheid krijgt.

De vraag zal dan wel zijn of de uitslag zodanig is, dat er voor de coalitie een meerderheid in de Eerste Kamer is te halen, met welke andere afzonderlijke partij ook. Als Pieter Omtzigt wel aan die verkiezingen deelneemt zal de kans klein zijn dat de regeringscoalitie met een andere enkele partij dan PvdA/GroenLinks of die van Pieter Omtzigt een meerderheid in de nieuwe Eerste Kamer zal halen.

 

PEIL.NL © NO TIES BV / VIEWTURE BV