Een aangekondige electorale aardbeving

door Dennis Brouwer, politieke data-analist

De schuivende platen

De electoraal analist heeft soms wel wat weg van een aardwetenschapper. Op basis van schokkerige bewegingen in kiezersgedrag, die continu worden gemonitord, kan een voorspelling worden gemaakt van de verkiezingsuitslagen bij de volgende verkiezing. Bij de Gemeenteraadsverkiezingen van 2022 hebben we zo’n electorale aardbeving gezien. Een aangekondigde, welteverstaan.

Het bestuderen van electorale ontwikkelingen heeft inhoudelijke raakvlakken met academische onderzoeksterreinen als  sociologie en sociale geografie, maar ook economie. Als je de politieke ontwikkelingen in Nederland van de afgelopen decennia volgt, is er misschien ook wel een andere analogie, die met de aardwetenschapper.

Waar de aardwetenschapper een seismoloog gebruikt om te analyseren hoe de tektonische aardplaten zich ten opzichte van elkaar verhouden, gebruikt de electoraal analist een regelmatige peiling van een specifiek geselecteerde, representatieve groep respondenten om vast te stellen hoe de electorale ontwikkelingen zich voltrekken.

Zo houdt de electoraal analist een vinger aan de pols van de maatschappij en heeft hij of zij vroeg door, waar de ‘politieke platen’ mogelijk gaan botsen en waar zich de grootste verschuivingen voordoen. Waar een verkiezing soms door een grote electorale verschuiving voor iedereen duidelijk aan de oppervlakte brengt wat de ontwikkelingen zijn, ziet de opiniepeiler ze in de peiling al aankomen.

De verkiezingsavond is het summum van het veldwerk dat de opiniepeiler in de aanloop naar de verkiezingen uitvoert. Door op basis van de binnenkomende uitslagen een analyse te maken van het zichtbare patroon, kan op basis van een klein aantal representatieve lokale uitslagen een goede voorspelling worden gemaakt van de landelijke trend. Tevens biedt dit de opiniepeiler ook een unieke kans om zijn meetapparatuur, waar nodig, te herijken.

De lange termijn trend

Zo ook, op de verkiezingsavond voor de Gemeenteraadsverkiezingen van 2022 bij SALTO. Samen met Maurice de Hond, in een uitzending gepresenteerd door Vincent Everts, vergeleek ik de binnenkomende verkiezingsuitslagen met de vorige Gemeenteraadsverkiezingen, die van 2018.

Echter, elke goede aardwetenschapper weet, dat je met één meetpunt lastig een accurate voorspelling kan doen. Daarom hebben we vooral ook de vergelijking gemaakt met de meest recente verkiezing, die voor de Tweede Kamer van vorig jaar. En juist in vergelijking met die verkiezing, zijn een aantal interessante trends waar te nemen.

Zo zien we al decennialang dat de Oude Grote Drie (zoals we CDA, PvdA en VVD tijdens de uitzending genoemd hebben) een gestage daling in hun electorale score doormaken. Deze plaat ondervindt als het ware steeds meer concurrentie van de andere politieke platen en heeft daarnaast een kiezersachterban met een significant hogere leeftijd, met name bij CDA en PvdA.

Zowel bij lokale, als bij landelijke verkiezingen zien we dit patroon terug. Hierbij doen de partijen het bij lokale verkiezingen consistent een paar procentpunt minder, in vergelijking met verkiezingen op nationaal niveau.

In tegenstelling tot de aardwetenschappen is de electorale analyse geen exacte wetenschap, maar sommige trends zijn wel met grote precisie te voorspellen en blijken een bepaald patroon te volgen.

Er lijkt zich weldegelijk een patroon af te tekenen, waarbij deze drie partijen het bij Gemeenteraadsverkiezingen consistent een paar procentpunt minder goed doen dan bij de laatst georganiseerde Tweede Kamerverkiezingen.

Ondanks dat dit geen vaste wetmatigheid betreft, bleek een op basis van deze grafiek vroeg in de uitzending gemaakte voorspelling dat deze partijen landelijk wel eens rond de 31% uit zouden komen, te kloppen.

Binnen het blok zien we dat de VVD het beduidend minder doet dan bij de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar en ook wat minder dan vier jaar geleden bij de Gemeenteraadsverkiezingen.

Het CDA doet het beter dan vorig jaar en het verlies ten opzichte van de vorige Gemeenteraadsverkiezingen valt mee. Deze partij profiteert echter door haar trouw-stemmende achterban vaak van een lagere opkomst, zoals we die nu zagen.

Bij de PvdA zien we dat de uitslag ongeveer gelijk blijft ten opzichte van vier jaar geleden. De partij heeft door de wederom relatief hogere opkomst van haar achterban bij Gemeenteraadsverkiezingen winst geboekt ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar. Hier en daar is een positieve uitschieter voor de partij te zien.

De opvallendste uitslag voor de PvdA is de overwinning in Amsterdam, een gemeente waar de partij historisch gezien altijd (ruim) de grootste was bij Gemeenteraadsverkiezingen. De partij, onder leiding van Marjolein Moorman, heeft voor het eerst sinds 2010 GroenLinks en D66 weer achter zich gelaten en heeft daarmee haar plaats heroverd als de grootste partij van Amsterdam.

Voor de groep partijen die wij de Progressieven hebben genoemd, D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren en VOLT, bleek de trend van de vorige Gemeenteraadsverkiezingen stand te houden. Ze scoren iets minder dan bij de Tweede Kamerverkiezingen, maar zetten de stijgende lijn wel door.

VOLT en Partij voor de Dieren laten goede resultaten zien, waarbij VOLT ongetwijfeld meer winst had kunnen boeken ten opzichte van hun uitslagen vorig jaar, als er minder gedoe rondom hun Tweede Kamerlid Nilüfer Gündoğan was geweest.

GroenLinks scoort duidelijk beter dan vorig jaar en dit lijkt ten koste te gaan van D66. Zoals ook al eerder uit onderzoeken naar voren leek te komen, is een niet gering deel van de D66-kiezers ontevreden met de deelname van hun partij naar keuze aan een tweede coalitie met Rutte, van dezelfde samenstelling.

Reeds bij TK2021 konden we waarnemen dat een significant aantal nieuwe partijen de Tweede Kamer wist te betreden. Te weten, VOLT, JA21, BBB en BIJ1. Met name JA21 en BBB zijn sinds die verkiezingen aan een spectaculaire opmars bezig in de peilingen, waarbij ze gecombineerd van 4 naar ongeveer 20 zetels zijn gestegen.

Deze partijen zijn onderdeel van een groep partijen die wij de Conventionelen hebben genoemd. Tot deze politieke plaat, waar ook PVV, SP, FvD en BvNL onderdeel van uitmaken, behoren veel kiezers die zich zorgen maken over de veranderingen in de wereld.

Zo vinden zij relatief vaak dat de Europese integratie te ver is gegaan, willen ze een beperkend migratiebeleid en zijn ze vaak voor een sober, efficiënt klimaatbeleid (sommige kiezers uit deze groep willen zelfs helemaal geen klimaatmaatregelen).

Daarnaast zijn veel kiezers die stemmen op partijen uit dit blok het vertrouwen in de politiek en dan specifiek de traditionele partijen verloren. Zij kijken, lezen en luisteren daarnaast de traditionele media ook niet meer of beduidend minder dan voorheen.

Deze partijen staan in de peilingen samen op ongeveer 50 zetels, een derde van de kiezers in Nederland, en zijn daarmee ondertussen samen met de ‘Grote Oude Drie’ het grootste van de drie landelijke blokken.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 en de Gemeenteraadsverkiezingen van 2018 leek de opmars van deze partijen gestokt. De uitslagen van de PVV en SP vielen bij beide verkiezingen tegen en ook FvD behaalde (zeker bij gebrek aan de PVV) geen denderende uitslag in de gemeente Amsterdam in 2018.

Echter, de Provinciale Statenverkiezingen van 2019, een verkiezing met één van de meest verbazingwekkende uitslagen van de afgelopen decennia, lieten zien dat nog steeds een groot deel van de kiezers deze idealen aanhangt en op zoek is en blijft naar een partij die deze adequaat vertolkt.

Bij Gemeenteraadsverkiezingen doen de partijen die onderdeel uitmaken van de Conventionelen echter in weinig gemeenten mee. In veel gemeenten kunnen kiezers die landelijk op deze partijen stemmen dus niet op hun partij van (landelijke) voorkeur stemmen. Interessant genoeg zien we dat deze kiezers massaal op een lokale partij stemmen.

Maar zelfs in veel gemeenten waar bijvoorbeeld de PVV, SP en/of FvD weldegelijk meededen aan GR2022, zagen we dat deze partijen een stuk minder populair waren dan bij landelijke verkiezingen. Deels misschien, omdat hun partijen minder in beeld waren in de campagne, doordat ze niet overal meedoen.

Maar nog waarschijnlijker komt dit, doordat kiezers op deze partijen zich (nog) meer thuis voelen bij een lokale partij. Daarnaast lijkt het dat (veel) meer van hen thuis zijn gebleven dan kiezers van de andere groepen, wat mede heeft bijgedragen aan de lagere opkomst bij deze verkiezingen.

Het verband tussen de score van lokale partijen en Conventionelen is dan ook interessant om te zien. We zien dat dit vanaf 2002 tot 2018 redelijk parallel loopt. Maar de score van de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar voor de Conventionelen blijft achter.

De verklaring hiervoor was reeds te zien in de peilingen. De partijen BBB en JA21 zijn flink gestegen en dit is maar ten dele ten koste gegaan van partijen uit hun eigen blok. De winst kwam ook voor een significant deel van VVD en CDA, uit het blok van de Oude Grote Drie.

Tijdens de verkiezingsavond zagen we dat de winst van de lokale partijen in vergelijking met de Tweede Kamerverkiezingen voor een groot deel (vaak maar liefst de helft tot twee derde) afkomstig was van de groep kiezers van Conventionele partijen.

Ook een deel was afkomstig van de Oude Grote Drie. Vermoedelijk zijn dit voor een deel de kiezers die vorig jaar landelijk VVD of CDA hebben gestemd, maar nu op BBB of JA21 zouden stemmen.

De verdere opmars van de lokale partijen

Maar de grootste en meest in het oog springende ontwikkeling is en blijft die van de lokale partijen. Waar de lokale partijen zich in de loop van de jaren ’90 uitbreidden tot buiten Zuid-Nederland en ze sinds de Gemeenteraadsverkiezingen van 2002, met de spectaculaire opkomst van Pim Fortuyn aan een gestage opmars bezig waren, heeft er gisteren een electorale aardbeving plaatsgevonden. Een aangekondigde, welteverstaan.

Maar dat de lokale partijen zó’n hoge uitslag zouden behalen (36%), dat zouden we zelfs op basis van de goede peilingen van onder andere BBB en JA21 niet hebben kunnen voorspellen. Door naar een aantal uitzonderlijke of juist exemplarische gemeenten te kijken, kan daar meer inzicht over worden gegeven.

In de Gemeente Berkelland verliest het CDA twee zetels en gaat de partij Ondernemend Berkelland van twee naar vijf zetels. Deze gemeente is exemplarisch voor veel plattelandsgemeenten, waar het CDA verliest en de lokale partijen winnen.

Ondernemend Berkelland is een van de lokale partijen die BoerBurgerBondgenoot is. Dat betekent dat die partij een verbintenis heeft met de BoerBurgerBeweging van Caroline van der Plas, ondanks dat de partij niet onder die naam meedoet.

Ook de BoerBurgerBondgenoot BBB-HMV in Aalten heeft het goed gedaan. De partij haalde uit het niets 18% van de stemmen. Opvallend genoeg was in zowel Berkelland als Asten de opkomst niet lager dan vier jaar geleden.

In Barendrecht is de lokale partij ‘Echt voor Barendrecht’ met een meerderheid de grootste geworden. Bij de vorige Gemeenteraadsverkiezingen haalde de partij met 14 van de 29 zetels nét geen meerderheid.

Alle andere partijen in de raad, allen landelijke partijen, besloten om samen een college te vormen van CDA, VVD, CUSGP, PvdA, GroenLinks en D66. Dit werd afgestraft met een monsteruitslag waarbij Echt voor Barendrecht 60% van de stemmen en meer dan tweederde van de zetels behaalde. Barendrecht was een van de weinige gemeenten waar de opkomst steeg ten opzichte van vier jaar terug (+1%).

In Tubbergen, waar het CDA historisch gezien vaak de grootste partij is en regelmatig landelijk haar beste score behaalt, werd een CDA-meerderheid van 61% van de stemmen tenietgedaan en meer dan gehalveerd tot ‘slechts’ 29% van de stemmen.

Ook hier, een grote overwinning voor de lokale partijen. Twee nieuwe lokale partijen haalden samen 37% van de stemmen. Ook in Tubbergen bleef de opkomst vrijwel gelijk aan vier jaar geleden.

Tenslotte is er nog een spectaculaire uitslag in de gemeente Katwijk, waarbij de lokale partij DURF van de jonge lijsttrekker Sonny Spek (1997) een grote overwinning heeft geboekt ten opzichte van 2018 en van drie naar maar liefst negen zetels stijgt. Daarmee haalt de partij 25% van de stemmen in de van oudsher overwegend Christelijk-stemmende gemeente.

Door de sterke lokale campagne die DURF gedurende de afgelopen vier jaar onophoudelijk heeft volgehouden hebben ze een historisch grote overwinning behaalt waarbij ze de decennialange hegemonie van het CDA in Katwijk hebben verbroken. In Katwijk, net als in veel dichtbevolkte gemeenten en steden, daalde de opkomst 4%, conform het landelijk gemiddelde

Het is evident dat de lokale partijen een overwinning hebben behaald, die het spectaculaire eerdere succes van de Conventionele partijen (zoals FvD bij PS2019) misschien zelfs nog overtreft.

De resultaten hebben wel wat weg van wat er in Utrecht, Hilversum en Rotterdam, in de jaren ’90 en begin jaren 2000 bij de gemeenteraadsverkiezingen gebeurde, waarbij de Leefbaarpartijen de grootste werden.

Als we naar de bewegingen van de aardplaten kijken en vooruitkijken naar de volgende twee landelijke verkiezingen, met name de Provinciale Statenverkiezingen volgend jaar en (eventueel vervroegde) Tweede Kamerverkiezingen, die op zijn laatst in 2025 zouden plaatsvinden, dan zien we een steeds toenemende spanning.

Het vertrouwen in de politiek is afgelopen jaar duidelijk afgenomen en de opkomst bij deze lokale verkiezingen is gedaald. Daarnaast is er minder dan ooit bij een landelijke verkiezing gestemd op de Oude Grote Drie. Met name VVD en CDA lijden gevoelige verliezen. De lokale partijen hebben een grote overwinning behaald.

Mocht Pieter Omtzigt een (nieuwe) landelijke partij oprichten, dan zou dat zomaar tot de volgende aardbeving kunnen leiden. Deze partij zou niet alleen aantrekkelijk zijn voor kiezers van zowel landelijke als lokale partijen, maar ook voor kiezers die het vertrouwen zijn verloren en anders zouden zijn thuisgebleven.

Als deze partij van Omtzigt er niet komt, dan zullen we net als bij de Gemeenteraadsverkiezingen vermoedelijk zien dat er een steeds grotere versplintering plaatsvindt bij de landelijke partijen.

Doordat we een ontwikkeling van stugge zuilen naar beweeglijke platen hebben doorgemaakt, is het hoe dan ook steeds waarschijnlijker dat we binnen korte tijd grote verschuivingen zullen waarnemen tussen verkiezingen.

Tot de volgende verkiezing herijkt de electoraal analist diens meetapparatuur, houdt de vinger aan de pols van de maatschappij met regelmatige peilingen en maakt zich klaar voor de volgende politieke aardschok.

 

Hier treft u de andere drie artikelen naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen aan.  

 

PEIL.NL © NO TIES BV / VIEWTURE BV